De voors en tegens van het fietsen bij fietsclub Ledig Erf

Elke zondagmiddag om 13.00 uur verzamelt een groepje enthousiaste fietsers zich voor het café Ledig Erf en bestijgt men de fiets om een stuk te gaan fietsen in het Utrechtse. Men steekt voorzichtig het kruispunt Ledig Erf over en heeft veel oog voor de gevaren op de weg.

Men waarschuwt elkaar voor naderende auto’s en plotseling op rood springende stoplichten. De leden fietsen gezamenlijk naast elkaar en houdt oplettend ruime afstand om elkaar niet te hinderen. Rustend peddelt men verder al keuvelend op deze vroege zondagmorgen waarin de stad langzaam ontwaakt. Aangekomen bij het kruispunt Koningsweg-Mereveldseweg begeeft men zich keurig ter rechterzijde van het fietspad om de groepjes te vormen die de route met gelijke tred zullen volbrengen.

De eersten scheuren weg: hoezo ‘oprekken’ en hoezo ‘opbouw van de rit’? De vliegende ‘start’ doet stoere verhalen van ‘gisteravond’ die moeten getuigen van een rijk uitgaansleven, snel verwaaien en de groep wordt uit elkaar gereten. Achterin de groep wordt gebuffeld om het moordend tempo bij te kunnen houden, maar de voorrijders hebben slechts oog op de kiezeltjes die hun bandjes zouden kunnen perforeren. De één schept afstand door zijn eigen geslinger; de anderen zwieren in een wapperende waaier over de Achterdijk.

Roodaangelopen automobilisten protesteren heftig tegen zoveel toegeëigend gebruik van de rijweg. Dan rijdt men 25 km en daarna ‘spint’ men weer naar 38; de snelheden lijken hier meer per minuut dan per uur te worden bekeken.

Het langverwachte zonnetje breekt door over de schitterend gelegen Langbroeker Wetering. De glimmend opgepoetste fietsen schitteren in de lentezon en de renners in geelgroen fietstenue kleuren prachtig in het fraaie landschap. ‘Voor’ wordt er geroepen. Sommigen zwaaien met de rechterarm gelijk mollen die de weg uit hun winterhol naar buiten graven. Men wijkt uit naar links. ‘Taige’ wordt geroepen. Men wijkt uit naar rechts. “Heerlijk die frisse buitenlucht hier” mijmert de wandelaar, keurig lopend ter linkerzijde van de weg met onze richting mee. Hoe wreed wordt zijn droom verstoord door het vlaklangs hem denderend geel/groene peloton.

Een Deore zegt: “de regel is: iets aan de rechterzijde van de weg is ‘voor’ dus het was ‘tegen’”. Een Campagnolo meent: “deze liep ons niet tegemoet, dus het was ‘voor’”. Er ontstaat heftige discussie, zeer ten koste van het rijtempo gaand. Nieuwe leden raken totaal ontredderd door zoveel onduidelijkheid in deze club. “Ik ben voor tegen want wandelaars linksvoor zijn vaak even breed als ‘tegen’”. “Ik ben tegen voor”, meent een andere slingeraar. Nu mengen zich ook renners in deze woordenstrijd die zich normaal slechts beperken tot gesprekken over de waarde van de lichtste en laatste fietsattributen. Woorden schieten te kort wanneer we de adembenemende bergen van de Utrechtse heuvelrug ‘tegen’ komen.

Het is allemaal erg eenvoudig:

  • ‘Voor’ is wanneer we iets rechts ‘voor of tegen’ tegenkomen
  • ‘Tegen’ is wanneer we iets links ‘tegen of voor’ tegenkomen.
  • ‘Achter’ is wanneer iets naar ‘voor’ wil komen.

 

Door: Otte

Comments are closed.